5. Besloten hofje met Calvarie

BH5_(c) KIK IRPA

Dit Besloten Hofje is schijnbaar eenvoudiger dan de andere zes. Het hofje bestaat immers niet uit een rooster van paperollen (papierrollen) waartegen een beeldengroep bepaalde Bijbelse scène uitbeeldt. Centraal, in een overwoekerde tuin, is een crucifix opgesteld. Aan de voet van het kruis is nog net een poortje zichtbaar; de rest van het hekje is verdwenen. De crucifix is omringd door zijden bloemen, druiventrossen en andere vruchten. Het Besloten Hofje kan worden gesloten door twee langs binnen beschilderde luiken.

Op het linker luik is de Maagd Maria afgebeeld; in haar armen draagt ze het kindje Jezus. Jezus heeft in zijn handen een appel vast, verwijzend naar de oerzonde. Op het rechter luik wordt Sint Antonius afgebeeld. Deze heilige was enorm populair in de late middeleeuwen. Sint Antonius wordt al lezend voorgesteld, in zijn rechterhand heeft hij een touw vast. Rechts van hem staat een varken, het meest kenmerkende attribuut van deze heilige in de kunst. Een beetje vreemd misschien, dit dier heeft dan ook niet veel met de levensloop van deze heilige te maken, maar veeleer met de orde van Sint Antonius. Deze elfde-eeuwse orde had namelijk het privilege om hun varkens vrij rond te laten lopen. De twee luiken zijn vermoedelijk door eenzelfde hand geschilderd hoewel het onduidelijk is door wie.

Wel bestaat geen twijfel dat deze luiken niet door de zusters zelf werden beschilderd, maar door een schilder buiten het klooster. Dit in tegenstelling tot de zijden bloemen. Deze zijn vermoedelijk het resultaat van vroom handwerk uitgevoerd door de religieuzen. Zij schenen daarmee de volgende oproep van Christus te beantwoorden: ‘O ghi dochterkens va(n) iherusalé verschiert my met bloemkens ombeset my met appelkens : Want ic van minne quele.’ Door het omgeven van Christus met bloemen en vruchten beantwoorden de zusters als het ware zijn liefde. Dit citaat is afkomstig uit de Canticis fulcite me floribus, maar de gebruikte beeldtaal rijkt veel verder dan deze ene tekst. Zo wordt dit fragment ook in zestiende-eeuwse Antwerpse traktaten als Thoofkijn van Devotien gebruikt.

In de tuin zijn ook enkele ‘pakketjes’ te zien. Ze zijn in papier verpakt en omgeven door een met kralen geregen koord. Sommige van deze pakjes zijn vergezeld door een papiertje waarop onder andere staat aangegeven: ‘Vanden XI m meachden’. Deze beschrijving maakt duidelijk aan de toeschouwer dat in het pakketje een reliek van de elfduizend maagden verpakt is. Ook in de andere Besloten Hofjes zijn er relieken van de elfduizend maagden aanwezig.
Over het algemeen wordt verondersteld dat elke vrucht en bloemsoort een symbolische betekenis draagt in de kunsten. De druiventrossen verwijzen in dat geval naar de wijn of meer nog naar het Heilige bloed; de appels verwijzen naar de vruchten van de boom van kennis, de oerzonden en de bloemen naar de verschillende deugden. Hier zijn de bloemen eerder een gesublimeerde vorm van hetgeen we in onze tuinen kunnen aantreffen. Ze zijn superieur aan de aardse bloemen en vertegenwoordigen het paradijs. Meer nog dan afzonderlijk een symbolische betekenis te dragen, zijn deze bloemen en vruchten samen dus een verwijzing naar het paradijs. Door de verlossingsscène in het paradijs te plaatsen, een gesublimeerde omgeving van vóór de oerzonde, is de cirkel rond.

(tekst: Hannah Iterbeke)