3. Besloten Hofje met Calvarie, H. Maagd en Johannes de Doper

BH3_(c) KIK IRPA

Dit Besloten Hofje mag dan van omvang kleiner zijn dan de andere hofjes, de artistieke merites ontbreken zeker niet. Achter de omheining staat, centraal in de tuin, een crucifix waaraan Christus hangt. Bloed stroomt uit zijn wonden over zijn lichaam en lendendoek. Het kruis is goud gepolychromeerd en versierd met bloemen en gekleurde stenen. Op de sokkel van het kruis ligt de schedel van Adam. Links van het kruis is een terneergeslagen Maagd Maria opgesteld, aan de andere kant staat Johannes de evangelist, hij kijkt op naar de gekruisigde Christus.

Deze beeldengroep wordt een ‘Calvariegroep’ genoemd naar de berg waarop Christus werd gekruisigd. Adam zou bovendien op deze berg zijn begraven. Door het plaatsen van de kruisiging van Christus op de tombe van Adam wordt de kruisdood van Christus als verlossing van de zonden van de wereld benadrukt. De oerzonde in het paradijs werd immers begaan door Adam en Eva, die als straf werden verbannen uit deze goddelijke tuin.

De Calvariegroep is geplaatst in de paradijselijk omgeving van het Besloten Hof. Op deze manier wordt de verlossing als een terugkeer naar de leefwereld voor de zondeval geïntroduceerd. Deze verbintenis tussen het Oude en het Nieuwe Testament is een typologie die veelvoudig voorkomt in de religieuze beeldtaal vanaf de twaalfde eeuw. Het Oude Testament wordt hierin als voorafspiegeling geïnterpreteerd van het Nieuwe Testament. Deze notie van prefiguratie zorgt ervoor dat de herkomst van het hout van het heilige kruis zelfs tot het paradijs wordt teruggebracht. Dit hout zou namelijk afkomstig zijn van de boom van kennis, tevens het beginpunt is van de oerzonde. De ideeën van zonden en verlossing worden verwoord door de inscriptie op de omheining van de tuin: ‘XPS is voor ons ghestorve in grot noot in den berch van Calvarie die alder bitterste doot : en IHS monde is ons ghenade ende verlatenisse van onsen misdaden en sonden.’

Het Besloten Hofje omvat naast deze sleutelscène uit de heilsgeschiedenis een veelvoud aan relieken, zegels en stoffelijke resten van religieus geladen plaatsen – zoals geduid door de volgende inscriptie, links van Johannes de Doper, ‘Vand plaetsen d dingel gabel ma de boetschap b.’

BH3_geslotenhof_(c) KIK IRPAOok dit hofje kan worden afgesloten door beschilderde luiken. Op het linkerluik is een knielende priester in gebed geschilderd. Tussen zijn vingers heeft hij een gouden kruis vast. De priester wordt vergezeld door Sint-Pieter. Onder het paneel is de volgende inscriptie te lezen: ‘Heer Peeter van Steenwinckele van der refor matien die ierste rentmeester die gebuerde altera Innocentum anno XV’ VIII’. Het rechterluik is vergelijkbaar in compositie: geknield zit een zuster te bidden. Ze wordt hierbij vergezeld door haar patroonheilige Sint Cornelius. De inscriptie onder het tafereel luidt: ‘Suster Camélia Andries vander reformatien die ierste moeder’. De buitenkant van de luiken zijn beschilderd. Zo is op de achterkant van het linkerpaneel nog een zuster afgebeeld, vergezeld door de Heilige Josse. Onder de compositie kan volgend opschrift worden gelezen: ‘Suster Sozyne van Coolen van der reformatien die ierste suster’. Op de achterkant van het rechterpaneel is opnieuw een gelijkaardige compositie geschilderd. Een priester wordt hier vergezeld door zijn patroonheilige. Het opschrift luidt: ‘Heer Marten Avonts, priester van der reformatie die twie rentmeestere’

Dankzij de luiken en de inscripties kan de herkomst van dit Besloten Hofje wel enigszins achterhaald worden. Er zijn namelijk documenten gekend uit de zestiende eeuw waarin Peeter van Steenwinckele en Zuster Cornelia Andries vermeld zijn. Op basis van deze figuren kan het hofje omstreeks 1525 gedateerd worden.

(tekst: Hannah Iterbeke)