2. Besloten Hofje met H. Elisabeth, Ursula en Catharina

BH2_(c)KIK IRPA

 

Dit Besloten Hofje heeft nog veel van zijn oorspronkelijke luister behouden. Zowel de zijden bloemen als de gepolychromeerde beeldjes zijn in uitstekende staat dankzij een eerdere restauratie.

In dit Besloten Hofje is, in tegenstelling tot het Besloten Hofje met de eenhoorn, slechts één Bijbelse scène opgenomen. Hier domineert de notie van deugdzaamheid. Ze wordt vertegenwoordigd door drie vrouwelijke heiligen die een centrale positie in dit hofje bekleden. De paradijselijke omgeving omsluit de beeldjes van de Heilige Ursula, de Heilige Catharina, de Heilige Elizabeth van Hongarije en een noli me tangere (zie verder) scène.

Centraal in de tuin staat het beeldje van de Heilige Ursula. Deze heilige is één van de elfduizend gemartelde maagden. De Heilige Ursula was een vierde-eeuwse prinses van Keulen die weigerde in het huwelijk te treden met een heidense prins om zo haar maagdelijkheid te beschermen. Haar verlangen deugdzaam te zijn was zo groot dat ze een bedevaart naar Rome ondernam om de zegening van de paus te vragen voor het huwelijk. Ze werd tijdens deze reis vergezeld door een groep maagden. Op hun terugkeer naar Keulen werd de groep echter het slachtoffer van de wrede Hunnen. Ook Ursula viel ten prooi en werd met enkele pijlen in haar borst getroffen. In het Besloten Hofje houdt Ursula in haar rechterhand de drie pijlen waarmee ze haar marteldood stierf. In haar linkerhand heeft ze een opengeslagen boek vast, verwijzend naar haar vrome levenshouding. Om haar middel is ook een rozenkrans gebonden, een teken van haar godsvruchtige gebeden. Onder haar mantel zijn nog vier andere maagden zichtbaar die mee de dood werden ingejaagd.

Over het aantal maagden dat Ursula vergezelde is doorheen de geschiedenis enige verwarring ontstaan. Een verkeerde interpretatie van het verhaal zorgde ervoor dat elf maagden er plots elfduizend werden. Door deze vergissing zijn er eindeloos veel relieken van deze gezellinnen van Ursula verspreid. Zo zijn ook in verscheiden Besloten Hofjes relieken ‘vanden XI Maechden’ opgenomen.

Rechts in het Besloten Hofje staat de Heilige Catharina van Alexandrië. De Heilige Catharina kent een gelijkaardig verhaal als dat van de Heilige Ursula. Ook zij was een meisje van betere afkomst dat zich volledig toewijdde aan het katholieke geloof en haar maagdelijkheid aan God beloofde. Keizer Maximus had echter zijn zinnen gezet op deze jongedame en na haar afwijzing probeerde hij, door middel van foltering, haar het geloof af te laten zweren. Maar Catharina doorstond alle folteringen zodat ze uiteindelijk onthoofd werd met een zwaard. Het is dit zwaard dat het beeldje in haar rechterhand vasthoudt. Ook zij heeft zoals de Heilige Ursula in haar linkerhand een opengeslagen boek. Onder haar kleed is een verzoekende keizer Maximus te zien. De Heilige Catharina werd later aanbeden als beschermster tegen de pest.

Links in deze paradijselijke omgeving staat de Heilige Elisabeth van Hongarije. Net als de twee andere heiligen was ook zij van goede huize. Deze dertiende-eeuwse prinses zou daarentegen wel in het huwelijk treden. Ze had tijdens haar ambt speciale aandacht voor de armen en zieken. Haar vrome levenshouding en inzet zorgde ervoor dat ze heilig werd verklaard na haar dood. In haar rechterhand draagt ze een kroon en een dichtgeslagen boek verwijzend naar haar titel. Aan haar linkerkant trekt een kreupele aan haar kleed. Opmerkelijk is dat de sokkel van het beeld de naam Maria schijnt te dragen, hetgeen doet vermoeden dat sokkel en beeld niet samen horen en dat deze sokkel vermoedelijk werd hergebruikt.

Daarnaast zijn er nog twee kleine beeldjes in de paradijselijke omgeving opgesteld. De kleine figuur met rode mantel is Christus zelf; rechts van hem aanbid Maria Magdalena hem. Deze groep illustreert de noli me tangere, de eerste ontmoeting met de verrezen zoon, die plaatsvindt in de tuin voor het graf van Christus. Christus is hier geportretteerd als tuinman met een schop. Deze scene komt uit de de Bijbelse passage waarin Maria Magdalena Christus eerst niet herkent en hem verward met een tuinman Wanneer ze echter een tweede keer opkijkt, herkent ze haar leermeester en maakt ze aanstalten om hem te omhelzen. Hij wijst haar echter af met de woorden: ‘Noli me tangere’ of ‘Raak mij niet aan’. De scène komt veelvoudig voor in de Westerse kunst en wordt gezien als een sleutelmoment in het verrijzenisverhaal van Christus.

Maria Magdalena krijgt hier de rol van eerste apostel toegewezen, de ultieme ooggetuige. Het is een moment van inzicht waarbij fysiek contact achterwege wordt gelaten. Het is ditzelfde inzicht en diezelfde relatie tot Christus die door de zusters wordt nagestreefd. Het is dan ook geen toeval dat deze scène geplaatst is in de omgeving van een Besloten Hofje. Als een spiegel reflecteren deze kastjes de kloostertuin waarin de zusters zich dagelijks begaven. Tegelijkertijd is het spiegelbeeld zodanig verschillend dat het niet langer een verwijzing is naar de kloostertuin, maar veeleer een gesublimeerde vorm van deze omgeving.

Het verkrijgen van inzicht in deze omgeving zorgt uiteindelijk voor de ultieme kennis, het finale inzicht of Unio Mystica. Deze mystieke eenheid is een staat waarin de verlichte ziel van de zuster een persoonlijke kennis van het goddelijke bereikt. Deze Unio Mystica zit bijgevolg zowel vervat in het objectwezen van de Besloten Hofjes zelf, als in de Noli me tangere -scène. Naast de houten beeldjes is deze scène eveneens verbeeld op één van de vele pelgriminsignes die dit hofje stofferen. Ook de centrale zegel in dit Besloten Hofje is een bijdrage aan het verrijzenisverhaal en stelt opnieuw Christus voor op het moment wanneer hij zijn menselijke gedaante heeft overstegen en als zoon van God werd aanschouwd. Op de zegel is de wederopstanding uit het graf afgebeeld.

Het hofje kan worden afgeschermd door twee beschilderde luiken. Op het linkerluik is Sint Jacob de Meerdere voorgesteld met een man die geknield aan het bidden is. Voor hem ligt een opengeslagen gebedenboek. Vermoedelijk is Sint Jacob de patroonheilige van deze man. Op het rechter luik zijn twee knielende zusters weergeven. Eén van hen zit voor een preekstoel waarop een gebedenboek open ligt. In haar handen heeft ze een rode rozenkrans vast. Achter haar zit nog een biddende zuster met gesloten ogen. Ze is veel kleiner weergegeven en draagt soberdere kleding. De twee zusters worden vergezeld door de Heilige Margaretha. Dat de twee panelen samen één geheel vormen, is onder andere merkbaar in het doorlopende landschap op de achtergrond.

(tekst: Hannah Iterbeke)